‘Vogelgriepsituatie niet houdbaar’; Adema licht in Tweede Kamer preventieplan toe

 
Den Haag Politiek en beleid

„De vogelgriepsituatie is niet houdbaar“, stelde LNV-minister Piet Adema in de Tweede Kamer. „Niet voor de dieren, niet voor de sector, en niet voor de maatschappij.“ De huidige maatregelen voldoen volgens hem niet. Daarom komt hij binnen een paar maanden met een nieuwe aanpak, het ‘intensiveringsplan preventie vogelgriep’. Onderdelen daarvan zijn vaccinaties, een verplicht bioveiligheidsplan en wellicht een verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van pluimveebedrijven in waterrijke gebieden.
  


Dit jaar kwamen voor het eerst uitbraken van vogelgriep ook in de zomer voor – een teken dat het virus zich in de wildevogelpopulatie in Nederland heeft gevestigd. „De problematiek blijft de komende jaren bestaan“, zei de nieuwe minister van LNV. Hij illustreerde de ernst van de situatie met een paar getallen: het afgelopen jaar zijn 3,8 miljoen vogels op besmette locaties in Nederland geruimd, en nog eens 1,1 miljoen vogels zijn preventief geruimd. Die grote aantallen ruimingen vindt Adema niet acceptabel en hij wil daarom alle mogelijke maatregelen snel in kaart brengen en uitwerken. „Maar eenvoudige maatregelen zijn er niet“, waarschuwde hij alvast, „anders waren die wel al genomen.“

Preventieplan

De nieuwe minister heeft deze week een intensiveringsplan preventie vogelgriep voorgesteld.

Daarin wil hij in ieder geval een bioveiligheidsplan verplicht stellen voor bedrijven, en hoopt voor het einde van het jaar met vaccinaties te kunnen beginnen.

Maar dat zal niet genoeg zijn. Hij kondigde aan ook te willen kijken hoe hij vestiging van nieuwe bedrijven in waterrijke gebieden, en uitbreiding van bestaande bedrijven daar, kan voorkomen. Ook wil hij onderzoeken hoe de sector de pluimveedichtheid kan verlagen. Maar die maatregelen wil hij samen met de sector nemen.

„Voor we die maatregelen nemen, willen we kijken naar de effecten daarvan“, vertelde hij de Kamer. „Helpen de maatregelen, zijn ze juridisch haalbaar, wat zijn de economische effecten, zijn ze uitvoerbaar, en is er draagvlak voor in de maatschappij?“

In het voorjaar wil hij het plan klaar hebben. Tot die tijd zet hij in op een nog striktere uitvoering van het huidige beleid; snelle detectie, snel ingrijpen, bioveiligheid in bedrijven.

Zestienwekentermijn

Caroline van der Plas (BBB) wees de minister op de problemen die de ophokplicht veroorzaakt bij bedrijven die vrije-uitloopeieren produceren, en wilde weten wanneer de minister dit in Brussel zou aankaarten. Adema kon haar geruststellen. De Europese Commissie heeft eind augustus al een voorstel gedaan om de zestienwekentermijn te laten vervallen, vertelde hij, en dat wordt nu met de lidstaten besproken. Hij verwacht dat dit voor het eind van het jaar uitgevoerd kan worden.

Vaccinatie

Verschillende Kamerleden, waaronder VVDer Thom van Campen en CDAer Derk Boswijk, stelden het punt van vaccinatie aan de orde. Tjeerd de Groot (D66) drong zelfs aan om nu al te beginnen met vaccinaties. „Er is een vaccin“, stelde hij. „Het Ceva-vaccin is al op twee miljard dieren toegepast.“ Waarom gaat de minister niet al gewoon beginnen met vaccineren, vroeg hij, terwijl ondertussen betere vaccins kunnen worden ontwikkeld?

Adema antwoordde dat hij zo snel mogelijk wil overgaan tot vaccinatie, maar dat moet wel verantwoord gebeuren. Als een gevaccineerd koppel wel besmet zou raken, maar dat niet wordt waargenomen door het uitblijven van de ziekte, zou het virus zich ongemerkt verder kunnen verspreiden.

Daarom onderzoekt de WUR nu drie vaccins in het laboratorium, waaronder Ceva, vertelde de minister. Hij verwacht voor het eind daarvan resultaten, waarna de vaccins ook nog eens in het veld getest worden. „We bereiden die veldproeven nu al voor.“ Ook ontwikkelt het ministerie verschillende vaccinatiestrategieën, voor risicogebieden, gebieden met veel pluimveebedrijven, en voor verschillende typen pluimveebedrijven.

Europa

Nederland trekt hiermee samen op met en aantal andere Europese landen, waaronder Frankrijk, Hongarije en Italië. „Die Europese dimensie is belangrijk“, vertelde de minister. Want producten van gevaccineerde dieren moeten ook afgezet kunnen worden. Hij kon melden dat de Europese Commissie de laatste hand legt aan een verordening om vaccinatie mogelijk te maken. Die verordening zou nog voor het eind van het jaar van kracht moeten worden, en die regelt ook de handel in producten van gevaccineerde dieren.

Foto van Wim van Gruisen
Tekst: Wim van Gruisen
Beeld: Tweede Kamer

Belangrijk nieuws!

Enige onderdelen uit de brief van Minister Adema van 11 oktober 20022 aan de Tweede Kamer:

Bioveiligheidsplan

Een goede bioveiligheid van bedrijven en hobbylocaties is en blijft vooralsnog de belangrijkste maatregel ter preventie van HPAI besmettingen. Het is van het grootste belang dat pluimveehouders alert blijven en de bioveiligheidsmaatregelen strikt toepassen.

De pilot gericht op de ontwikkeling van een bedrijfsspecifiek bioveiligheidsplan (Kamerstuk 28807, nr. 260), die mijn ministerie samen met de pluimveesector heeft opgezet, loopt op dit moment. De Gezondheidsdienst voor Dieren geeft hier de komende maanden samen met de pluimveesector uitvoering aan. Binnen de pilot zal de hygiënescan van AVINED geoptimaliseerd worden en zal er bij verschillende pluimveetypen getoetst worden of de hygiënescan een goede manier is om de bioveiligheid op een bedrijf in kaart te brengen.

De uitkomsten van de pilot worden eind van dit jaar verwacht. Deze resultaten van de pilot geven aanknopingspunten voor een effectieve invulling van een bedrijfsspecifiek bioveiligheidsplan om zo te komen tot een betere bioveiligheid op pluimveebedrijven. Ik werk daarbij toe naar een verplicht bedrijfsspecifiek bioveiligheidsplan voor alle pluimveehouders per medio 2023.

Dit bioveiligheidsplan wordt daarmee onderdeel van het reeds verplichte bedrijfsgezondheidsplan, dat pluimveehouders samen met hun dierenartsen opstellen. Nadrukkelijk is het de bedoeling dat een dergelijk plan aansluit bij de huidige praktijk en maatwerk is voor het bedrijf en samen met de bedrijfsdierenarts wordt opgesteld.

Over het precieze moment van invoering van deze nieuwe verplichting zal ik de Tweede Kamer te zijner tijd nader informeren; dit hangt mede af van het verloop van het totstandkomingsproces van de benodigde regelgeving.

Versnelling vaccinatietraject

Zoals ik heb aangegeven zet ik in op versnelling van het traject om te komen tot vaccinatie tegen vogelgriep.

In veel andere lidstaten van de Europese Unie wordt de roep om vaccinatie ook steeds luider. In verschillende lidstaten, waaronder Nederland, zijn diverse activiteiten gestart om de mogelijkheden van vaccinatie te onderzoeken en dichterbij te brengen. Ik steun deze inzet van harte en vind het van groot belang dat we hier in Europa gezamenlijk aan werken.

Ik heb op acties ingezet om zo snel mogelijk meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden van vaccinatie. Dit doe ik door:

  • een inventarisatie van de haalbaarheid, de beschikbaarheid, werkzaamheid en veiligheid van vaccins door vaccinatieproeven,
  • een expertbeoordeling van het risico van de huidige variant en voor het ontstaan van nieuwe, mogelijk zoönotische varianten bij toepassing van vaccinatie,
  • het ontwikkelen van een optimale vaccinatiestrategie en monitoringsprogramma om spreiding van oude en nieuwe, mogelijk zoönotische, varianten snel te kunnen opsporen,
  • het in kaart brengen van de financiële gevolgen (kosten en baten) voor pluimveehouders en de gevolgen voor de internationale handel. Dit traject vergt tijd en inzet en intensief overleg met sectorpartijen en andere belanghebbenden, zowel die voor de commerciële houderij als voor de hobbyhouderij.
(Opmerking JanW): Dit laatste betekent waarschijnlijk dat ook voor hobbymatig gehouden pluimvee een plan in de maak is voor verplicht vaccineren, omdat ook voor de hobbyhouders kosten zullen zijn verbonden aan het vaccineren (en andere verplichte maatregelen die genomen moeten worden)..

Nawoord

De situatie omtrent vogelgriep blijft ernstig en het naleven van de maatregelen, zoals bioveiligheidsmaatregelen, is van het grootste belang om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden. Dat vraagt veel van alle pluimveehouders, zowel de houders van commerciële bedrijven als houders van kleinschalige locaties.

…………..

De komende maanden werken we de aanpak uit in het eerder genoemde intensiveringsplan vogelgriep om besmettingen en de gevolgen ervan nog meer te voorkomen. Dit plan stuur ik in het eerste kwartaal van 2023 aan uw Kamer. Natuurlijk volgen we de vogelgriepsituatie in Nederland, Europa en andere landen in de wereld nauwlettend en ik zal de Tweede Kamer geregeld informeren over de stand van zaken, zowel nationaal als internationaal.

Piet Adema
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit